Interview met Chiel van der Veen

Winnaar van de Comenius Teaching Fellow-beurs, samen met collega’s Anne de la Croix en Agnes Willemen.

(Photo credits: © Tim Mooij-Knip).

 
Wie ben je en wat doe je? Waar werk je binnen de VU?

Ik ben Chiel van der Veen, universitair docent Onderwijspedagogiek, binnen de sectie Onderwijswetenschappen, afdeling Pedagogische en Onderwijswetenschappen. Een hele mondvol! Als wij hier over onderwijs spreken, dan bestrijkt dat het hele veld van kinderopvang tot aan het hoger onderwijs. Zo hebben we nu een project lopen dat gaat over interacties tijdens spelactiviteiten tussen pedagogisch medewerkers en kinderen in de kinderopvang. Mijn eigen promotieonderzoek ging over gesprekken in kleuterklassen. Dat is uitgemond in een grootschaliger onderzoek dat zich richt op  de effecten van dialogische gesprekken op het taalgebruik van kleuters.

In het kader van het Comenius project is mijn aandacht nu verschoven naar vernieuwing in het hoger onderwijs. Het komt voort uit de vraag hoe ik mijn eigen onderwijs kan verbeteren. Ik heb dan de vraag: Wat is goed onderwijs? Ik ben daar altijd kritisch op geweest. Werkt wat we doen? En wat kan beter?

En nu over de Comenius Teaching Fellow-beurs die jullie hebben gewonnen: Wat is jullie plan?

We hebben net een grootschalige curriculumvernieuwing achter de rug, waarbij er meer focus is gekomen op kleinschalig en activerend onderwijs in werkgroepen. De insteek voor ons project is de vraag “Hoe creëer je binnen gesprekken in dat werkgroeponderwijs gelijke kansen voor iedere student?” We hebben een hele diverse studentenpopulatie. Studenten met verschillende culturele achtergronden, eerste generatie studenten, studenten die zichzelf onder- of juist overschatten, studenten die van huis uit niet gewend zijn om in discussie te gaan, etc. Dat heeft allemaal gevolgen voor hoe zij in het onderwijs staan. We hebben geconstateerd dat het best lastig is om aan die diversiteit aan ‘stemmen’ ruimte te geven.

Kun je daar wat meer over zeggen?

Voor sommige studenten is het bijvoorbeeld vanuit hun culturele achtergrond niet per se normaal dat je in een college je ideeën op tafel legt en met anderen, laat staan de docent, in discussie gaat. Eerste generatie studenten zijn vaak minder thuis in het academische discours. De studenten die zichzelf overschatten denken dat ze het allemaal heel goed kunnen en al veel weten. Daardoor besteden ze minder tijd aan het verwerken van de stof. Door iedereen gelijke kansen te geven in de discussie kunnen deze studenten zich bewust worden van de manco’s en misconcepties in de ideeën die zij aan het opbouwen zijn. We willen dus de perspectieven van alle studenten horen. Dat maakt de discussie en de uitkomsten rijker. Vanuit het Comenius programma, dat wordt uitgezet door het ministerie van OC&W, is ook de wens uitgesproken om middels discussies in het onderwijs de diversiteit binnen de studentenpopulatie meer te benutten.

Wat is er precies lastig aan het ruimte geven aan die diversiteit aan stemmen?

Het voeren van discussies  en gesprekken in klassen is complex: Hoe verdeel je beurten? Hoe zorg je ervoor dat bijdragen met elkaar worden verbonden? Hoe laat je studenten op een constructieve manier reageren op anderen? Hoe zorg je voor een veilig klimaat waarin studenten hun ideeën durven te delen? Hoe diverser de studentenpopulatie, hoe complexer dat wordt. We willen kijken hoe we iets kunnen ontwikkelen om in eerste plaats de junior-docenten die deze werkgroepen geven te professionaliseren, zodat de interactiekwaliteit in die groepen beter wordt. Zodat je daarmee dus hopelijk meer ruimte creëert voor de stem van iedere student.

Hoe gaan jullie dat aanpakken?

De komende maanden gaan we de training ontwikkelen. We gebruiken daarvoor dialogische gesprekstechnieken waarvan we uit de literatuur weten dat je daarmee ruimte aan de studenten geeft.  En daarnaast gebruiken we de CARM methode, wat staat voor Conversation Analytic Role-play Method. Deze methodiek is ontwikkeld in de UK door Elizabeth Stokoe.

In een aantal werkgroepen worden opnames gemaakt om te zien of er patronen zijn te ontdekken in de interactie binnen deze werkgroepen. Het idee daarvan is dat we de gevonden patronen gebruiken in de training. Dat gaat op microniveau. We laten de audio-interacties horen en spelen ze regel voor regel af, waarbij ook zichtbaar wordt wat er is gezegd. We vragen dan aan de groep die getraind wordt: ‘Wat denk je dat hierna komt?’ ‘Wat vind je daarvan?’ ‘Kan het ook anders?’ Op die manier worden de deelnemers zich bewust van de interactie op microniveau en kun je het gesprek aangaan over de patronen die we hebben gevonden.

Vervolgens gaan we in oktober 2018 aan de slag met de training in de praktijk in het werkgroeponderwijs. We maken een aantal keer opnames, die we vervolgens met de werkgroepdocenten in datasessies bespreken. Het is heel waardevol voor docenten om te zien wat er precies gebeurt in de interactie met studenten. In die interactie gebeurt veel onbewust. Docenten denken bijvoorbeeld dat ze vaak stiltes laten vallen na een vraag. In de praktijk blijkt dat vaak tegen te vallen. Door samen naar video-opnames te kijken, worden  docenten zich bewust van hun gedrag en kunnen dan bedenken waar ze zelf op moeten letten om de interactie beter of anders te laten verlopen. De groep die getraind gaat worden bestaat uit 8-10 tutoren van de bachelor Pedagogische Wetenschappen.

Waar focus je dus op?

Op het aanleren van dialogische gesprekstechnieken. En op de subtiliteiten in de interacties in een groepsgesprek. Bijvoorbeeld: Hoe worden dingen ingebracht? Beurtwisseling. Verdeling van spreektijd. Hoe verbind je verschillende inbrengen? Het leuke van deze beurs is dat we de ruimte krijgen om iets nieuws uit te proberen!

Wat is jullie tijdspanne en hoe zie je de toekomst van dit project?

Het hele traject duurt zo’n 18 maanden, inclusief evaluatie. Het idee is om een training te maken die we via de LEARN! Academy VU-breed en wellicht ook buiten de VU kunnen aanbieden. Zo kunnen er veel docenten en studenten van profiteren!

We willen ervoor zorgen dat het goed wordt ingebed binnen de VU. Dat is belangrijk.

 

Interview door: Yvonne Moonen-Thompson

Voor meer informatie over Diversiteitssensitief onderwijs: www.vu.nl/diversiteit 

Reageren op deze blogpost? Dat kan hieronder. In sommige gevallen duurt het even voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s